| In deze pagina vindt u een beknopt overzicht van de geschiedenis van Sint Pancras. Voor het geologisch ontstaan van de strandwal en de omgeving, en voor de vroege bewoningsgeschiedenis van de regio, verwijzen we naar andere bronnen. (Zie o.a.: Het ontstaan van West-Friesland.) |
Kennemerland en West-Friesland in de 12e en 13e eeuw, met het dorp Vroonen, gesitueerd op de Vronergeest: een zandrug tussen de waterplassen van de Vronermeer en de Waerd (de latere Heerhugowaard). De Vronergeest als toegangspoort naar West-Friesland. (Uit: R de Graaf "Oorlog om Holland: 1000 - 1375", Uitgeverij Verloren, Hilversum, 1996)
|
Sint Pancras ligt op een strandwal, een zandrug in een omgeving van klei en veen. Hoewel er archeologische vondsten zijn gedaan in deze strandwal, die op zeer vroege bewoning duiden, is het onwaarschijnlijk dat er vòòr 800 na Chr. bewoningscontinuïteit is geweest in de vorm van een dorp. Westfriesland was van de Romeinse tijd tot de Karolingische tijd (8e eeuw na Chr.) onbewoonbaar; het was een echt moerasbosgebied.
('Geest' of geist is een zandige opduiking; het betreft hier feitelijk de strandwal.) Het leger van de westfriezen moet zo'n 3000 man geteld hebben. De Hollanders waren echter toch in de meerderheid en beter bewapend. De westfriezen waren kansloos en vrijwel niemand van hen overleefde deze slag op 27 maart 1297.
De grond verviel aan de graaf en werd later aan boeren verpacht. Geleidelijk aan kwam er weer bewoning op de Vronergeest, aanvankelijk alleen aan de uiterste westkant.
Er werd een kapel gebouwd, gewijd aan de heilige Pancratius. In 1487 werd de kapel een parochiekerk - een laatgotische kruiskerk - waaromheen het dorp Sint Pancras ontstond. Sint Pancras is in feite een voortzetting van Vronen. In de 15e eeuw werden beide namen nog gebruikt voor het zelfde dorp. De plaatsnaam komt in 1506 voor als Ecclesia S.Pancratii, in 1639 als Sint Pancreas en in 1745, S.Pancras.
In 1799 waren de patriotten de baas in ons land. Zij waren Fransgezind en omarmden de idealen van de Franse Revolutie. Overal werden 'Vrijheidsbomen' opgericht, in Sint Pancras waarschijnlijk op het Kerkplein. De vijanden van Frankrijk, de Engelsen en de Russen voerden bij Callandsoog een landing uit met het doel Holland bevrijden van de franse overheersing en de Orange-gezinden weer aan de macht te helpen. In september 1799 werd er op meerdere plaatsten in noordelijk Noord-Holland zwaar gevochten en heel wat schade aangericht. De ruinekerk in Bergen is daar nog een overblijfsel van. Ook in de Langedijker dorpen werd flink gevochten tussen enerzijds de Hollanders en de Fransen en anderzijds de Engelsen en de Russen. O.a. in Oudkarspel werd het Regthuis vernield (thans museum en de zetel van de
Stichting Langedijker Verleden). In Sint Pancras had Daendels (de Nederlandse legeraanvoerder) enige tijd zijn hoofdkwartier. Veel soldaten werden ondergebracht bij burgers, burgers werden gedwongen batterijen en schansen te herstellen, sloten breder te maken, gesneuvelde soldaten te begraven etc. Ook werden paard en wagen en andere zaken gevorderd. Volgens een berekening die drie maanden later door de gemeente Sint Pancras werd opgesteld bedroeg de totale materiele schade 26.092,- gulden, voor die tijd een enorm bedrag!
Sint Pancras ligt in het Geestmerambacht. Dit is het meest westelijke deel van Westfriesland. Een ambacht was een rechtsgebied. Geestmer is een verbastering van Geestmanner (= van de mannen van de zandgrond). Vanuit de droge zandgronden is het moerasgebied van het Geestmerambacht ontgonnen, vanaf ongeveer 1000 na Chr. Vanuit Schoorl werden sloten gegraven naar het oosten, tot de huidige Langedijk. Hier ontstonden dorpen als Zuid- en Noord-Scharwoude (= Zuid- en Noord-Scorlewald). Ook vanuit Vronen werden sloten gegraven naar verschillende richtingen. Zo werd het veen ontwaterd en bruikbaar voor landbouw.
| Twee tuinders brengen de kool met hun pramen naar huis. 95% van de tuinbouwpercelen was alleen via het water te bereiken. Er waren in die tijd dan ook ruim 1000 vaartuigen in het dorp. Op de achtergrond enkele kassen, waarvan er rond 1925 honderden in het dorp verschenen. Met producten als tomaten en druiven werden goede zaken gedaan tot de beurskrach van 1929. Daarna gingen veel tuinders falliet en de kassen verdwenen grotendeels. |
| De halte Sint Pancras, vermoedelijk in het begin van de 30-er jaren. Een echt station heeft Sint Pancras niet gehad; je moest je kaartje in de trein kopen. In 1938 werd de halte opgeheven. In de oorlogsjaren werd hij echter nog een tijd gebruikt maar werd dan in 1945 voorgoed gesloten. Van 1907 tot 1926 reed er nog een personentrein tussen Alkmaar en Broek op Langedijk, met als enige tussenhalte Sint Pancras. Daar kon men dan overstappen op de stoomtrein richting Hoorn, Den Helder en Amsterdam. Men begon in 1907 met vier treinen per dag. Dat werden er later negen á tien. Een retourtje Alkmaar en Broek op Langedijk koste een kwartje. Vanaf ongeveer 1920 kwamen er overal autobusondernemingen, ook in onze regio, die een grote concurrent van de regionale spoor- en tramlijnen waren en de opheffing van veel lijnen tot gevolg hadden. |
Het oppervlak kwam daar zo'n twee á drie
meter lager te liggen. Het zand werd verkocht en bijkomend voordeel was dat de lager liggende grond beter voor tuinbouw te gebruiken was (het zand is op die diepte kalkrijker en vochtiger). Toch werd het belangrijkste afgravingsgebied (tussen Bovenweg en A.V.H.Destreelaan, ten zuiden van de Boeterslaan) na de Tweede Wereldoorlog geheel voor nieuwe woningbouw bestemd.
De eerste ochtendtrein vanuit Alkmaar, voorzien van platte beveiligingswagons voor de locomotief, stootte op de springlading en de brug werd totaal vernield.
Het doel van de aanslag was de aanvoer van Duitse versterkingen naar Texel - waar de Georgische krijgsgevangenen in opstand waren gekomen - te verhinderen. Het plaatselijke verzet in Sint Pancras was overigens tegen een aanslag op de spoorlijn, maar een Zaanse verzetsgroep heeft deze toch doorgezet. (De opstand op Texel is overigens toch neergeslagen.)
In 1964 begon men met de ruilverkaveling in het Geestmerambacht. De bedoeling was om van een vaarpolder een rijpolder te maken. De moeilijke bereikbaarheid van de kavels en ook de versnippering van de kavels die in de loop der eeuwen door vererving was ontstaan (gemiddeld had men zeven kavels her en der verspreid liggen) maakte een rendabele bedrijfsvoering onmogelijk.
Zeer veel sloten en vaarten werden gedempt en er ontstonden grote kavels die via de weg te bereiken waren.
Het 'Rijk der Duizend Eilanden' werd geschiedenis evenals de vele tuinders met hun schuiten. Voor de ruilverkaveling waren er meer dan 200 tuinders in Sint Pancras en thans is er nog slechts een tweetal. Om de herinnering aan de vroegere tuinders te bewaren werd in 2001 een 'tuindersmonument' opgericht.
Tot 1 oktober 1972 was het dorp Sint Pancras verdeeld over drie gemeenten. Het Zuideinde hoorde bij Koedijk en het deel ten zuiden van de spoorlijn hoorde bij Oudorp. (Zie kaartje: de rode lijnen zijn de gemeentegrenzen.)