Afbeelding van het wapen van Sint Pancras

De Klin

De Klin is de jaarlijkse uitgave in boekvorm van de Historische Vereniging Sint-Pancras met tal van interessante artikelen en veel foto's over het dorp en zijn geschiedenis.
De Klin wordt bij de leden van de Historische Vereniging Sint-Pancras thuisbezorgd.

Zie ook de inhoudsopgave van de alle tot nu toe verschenen nummers.

Rechts afgebeeld: de Klin van 2009, 115 pagina´s en weer prachtig uitgevoerd met veel foto's.

   Afbeelding van de Klin 2006

Samenstelling Klin
Sinds jaar en dag werd de Klin samengesteld door de heren Abe Brandsma en Siem Wognum.. Beiden weten door hun lange levensloop – die begon in de jaren twintig! - enorm veel van het wel en wee in ons dorp.
Speciaal het “netwerk” van Siem Wognum levert telkens weer opmerkelijke verhalen en anekdotes op. De Klin is dan ook uitgegroeid tot een jaarlijkse uitgave die gezien mag worden en waar steeds met zeer veel belangstelling naar wordt uitgekeken.
Maar weet U hoe enorm veel werk er achter zit? Verhalen opduiken en laten vertellen. Dan al die stukjes omzetten in een leesbaar verhaal. Vaak nog het verhaal aanvullen met historische feiten waarvoor regelmatig o.a. het Regionaal Archief in Alkmaar moet worden geraadpleegd of het zoeken naar bijpassende foto’s etc. Het gereedmaken voor de drukker en het corrigeren op de juiste spelling!

Om de Klin ook voor de toekomst te kunnen behouden zoeken wij voortdurend vrijwilligers die mee willen doen in de werkgroep Klin. Allemaal werk op de achtergrond , maar wel erg interessant en uitdagend. Iets voor u?, bel dan even met een van de redactiemedewerkers, Anton Bal, tel- 5643168 of Ger van Dijk, Tel 5646680.


Verder op deze pagina een kleine selectie uit enkele nummers van de Klin.


De Klin 2008 blz. 47   Na een uitgebreid artikel over brandstoffen, kachels e.d. volgt het volgende gedicht:
Kachel

Ze tilde een loôd zware kachel nei boven,
twei manne, ze ware skrikkelijk sterk
maar deuze klus konne ze toch meist niet manne,
al was het temet hullie dagelijks werk.

Bai een bocht in de trap moste ze toch effies ruste,
ze zwei’te d’r van, met een vuurroôd gezicht,
ze haalde d’r reg op, ze vreve d’r hande
en mopperde over het grôte gewicht.

En op dàt moment zegge ze alletwei ’t bordje,
Een bord met een spreuk en toen hewwe ze lacht,
want deer stond in prachtige gotische letters:
“Niet klagen maar dragen en bidden om kracht”.

Siem de Haan



De Klin 1996 blz. 108
affiche van P.Vroegop

Circulaire uit 1946


De Klin 1988 blz. 4/5
De schoenhandel van P.Vroegop
Bij de foto:
Tot ca. 1950 was de zaak van Piet Voegop aan het Kerkplein gevestigd.
Naast bakker Hauwert, nu Van Ham.
Uit de foto valt op te maken dat ook langs de weg werd verkocht.
P. Vroegop, in deze Klin beschreven als 'de generaal', staat voor de winkeldeur.
B. Langerak staat bij het paard, de mijnheer achter de wagen is ons niet bekend.


De Klin 2004 blz. 106
West-Frieze

West-Frieze die zit te heêl raar in mekaar
die hewwe heer, elk aar mens heb haar.
Ze hewwe gien lichaam, nei, ze hewwe een loif
ok gien artrose, ze ben' gewoôn stoif.
Ze hewwe tien tône en ok nog twei kniese
hoe die oigelijk echt hiete, ze wete 't geniese.
Ze hewwe een reg en ze hewwe een beerd
ze benne goedlachs, da's beslist niet verkeerd.
D'r doibien hiet bil en je kont is de rest
deer zitte ok stute en die voel je oplest.
Ze hewwe twei fleike en ze lope op hutte
en een spiegel die is'r om je op te tutten.
Ze moete nooit proeste, welnei, gewoôn fniese
dat allegaar samen maakt ze echte West-Frieze.

Warm aanbevolen



De Klin 2002 blz. 167
Daalmeerpad

de teloorgang van zeven bruggetjes
Je hoeft als Pancrasser niet eens zo oud te zijn om je nog het Koedijker- (of Daalmeer- ) pad te kunnen herinneren. De zeven bruggetjes tussen Sint Pancras en Koedijk: een attractie van de eerste orde. Het pad wacht inmiddels op de genadeklap. Verkaveling en nieuwbouw hebben het (fiets) pad gedevalueerd tot een simpele verbindingsroute met opgespoten zand in plaats van vergezichten over weilanden en akkers en met een heel slecht wegdek.

Daalmeerpad_brug
Eén van de toenmalige zeven bruggen over het Daalmeerpad.

Eigenlijk doet alleen dat laatste nog denken aan de tijden van weleer. Zo wordt aan het einde van de negentiende eeuw gerept van de "allerellendigsten toestand" van het landpad tussen Koedijk en Sint Pancras. Pancrassers gebruikten dan ook vaak de schuit om in Koedijk te komen. De dokter woonde in Koedijk en in geval van nood werd die per schuit opgehaald. Een tochtje van een uur. Vaak tevergeefs voor de zieke, die bij aankomst van de arts inmiddels overleden was.

Tussen Pancras en Koedijk bevonden zich vroeger meren: het Vroonermeer, de Daalmeer en de Mare. Die zijn in de zestiende en zeventiende eeuw drooggelegd, tot verdriet van de boeren. Zij immers verdienden een centje bij aan de visserij op de meren. Op de droogmakerijen werd aanvankelijk alleen veeteelt gepleegd. In de negentiende eeuw veroorzaakte de veepest gigantische verliezen, waarna akkerbouw de plaats van de veeteelt innam.

Het pad kreeg in 1929 een tegeldek. Vanwege de slechte financiële toestand werden die werkzaamheden slecht uitgevoerd. Burgemeester Kikkert van Koedijk had de eer het pad te openen. Een paar decennia later rees het plan om tussen beide dorpen een heuse weg te maken. Rond 1950 werd het traject van die weg uitgezet. Het volgde zo ongeveer het traject van het huidige pad. Van hogerhand werd mede- werking geweigerd, omdat er inmiddels plannen voor een ruilverkaveling waren gekomen. Dat die weg er niet kwam, is op zichzelf niet te betreuren. Daardoor heeft het Daalmeerpad nog lang kunnen voortleven en daardoor weten ook te twintigers en dertigers van nu nog van de oude glorie van het pad.
Er is nog een reden waarom het niet zo erg was, dat de weg er nooit gekomen is.

Oudere bouwers in het dorp weten zich nog te herinneren dat Dirkie ( "Kuuk") Sluis de weg heeft uitgezet. En kon uit Kuuks handen iets komen, wat helemaal klopte? Een anekdote over dit kleurrijk figuur ...
Kuuk was in dienst bij een bouwer, wiens dekkleden waren natgeregend. Het drogen was een langdurig proces. 's Morgens vroeg werden de kleden uitgelegd en 's avonds weer onderdak gebracht. Maargoed, eindelijk waren ze dan toch droog. Kuuk moest ze op een kruiwagen naar de schuur brengen. Kuuk had buiten de waard, in casu het steil aflopende pad gerekend. Hij raakte met kruiwagen en al op drift en zag zijn missie eindigen in de Veert.
Kuuk is in vergetelheid geraakt en zo ook het Daalmeerpad. Een vaarpolder werd een rijpolder en zo mooi als vroeger wordt het nooit meer ...


De Klin 2003 blz. 163
Geestig

Woi bennen geboren op de geest
Zo krégen we de geest, altemet, meest.
En as we d'r strakkies benne weest
Den hewwe 'n 'm weer geven, de geest.

(Uit: Roimpies van Sarel van dokter)



De Klin 2005 blz. 85
N E G E N T I E N D E   E E U W
Het tijdperk tussen 1880 en 1910 komt mij voor als kalm, een beetje gezapig. Maar dat gold misschien alleen voor een dorp als het onze. Wij hadden niet te maken met het opkomend socialisme, dat door de gezeten burgerij als een gevaar werd gezien, hoewel het door de bittere armoe wel te begrijpen was. Wij kenden hier geen plaggenhutten of kelderwoningen en geen spoorwegstaking die in 1904 het spoorwegverkeer lam legde. (De Klin van 1992 maakt echter wel van armoede en honger in 1892 melding)
De burgemeester en de politie-agent als orde-bewaarders waren voldoende voor ons dorp. De raads-vergaderingen zullen dan ook weinig sensatie hebben gebracht. Rond 1880 werd er een gehouden waarvan de drie belangrijkste punten volgens de notulen waren : 1. de verlichting in de Hoek - daar moest een lantaarn bij komen, 2. het uurwerk in de kerktoren, dat steeds door de dorpssmid werd nagezien, maar door hem toch mis-schien met te weinig kennis van zaken werd behandeld - er moest maar een deskundige uit Amsterdam worden ge-vraagd. En het derde punt was de klacht van de voer-lieden, die bij donker met paard en wagen over de Bovenweg reden, dat de paarden soms schichtig werden van het uit de woningen stralende licht ; er moest dus een verzoek uitgaan naar de bewoners om dit licht te tempe-ren. Het lijkt wat vreemd : elektriciteit was er nog niet en gas kwam er eerst rond 1910 (zie de Klin van 2002), terwijl petroleum toch niet een zo sterke uitstraling kon hebben, om van een kaars nog maar niet te spreken. Merkwaardig.

Ik ga verder naar het verleden. In 1865 werd de spoorweg van Alkmaar naar Den Helder geopend. Een in 1869 uitgekomen spoorboekje somt de plaatsen op die werden aangedaan, maar St Pancras ontbreekt er nog in. Onze halte kwam er eerst in 1898, toen de spoorlijn Alkmaar Hoorn werd aangelegd. ( Voor de bedding van deze baan werd (deels ?) zand gebruikt dat in ons dorp was afgegraven )..
Deze halte heeft niet zo lang dienst gedaan ; in 1923 begon de autobus te rijden van Oudkarspel naar Alkmaar en deze nam al spoedig de passagiers over.

Terug naar 1869. Naast de vermelding in het spoorboekje van de tijden van aankomst en vertrek en van de aansluitingen op de diligences was er een kaartje van de route opgenomen en een korte beschrijving van de passerende dorpen en steden. Van Alkmaar werd vermeld dat het een welvarende en nette stad was, met ruim 11000 inwoners, hoofdzakelijk bloeiend door de aanzienlijke kaasmarkten. Schagen werd een plattelands-stadje genoemd met 2000 landbouwende (!) inwoners en het middelpunt van een veerijk district.
Tussen Alkmaar en Hoorn was er dus voor 1898 nog geen spoorverbinding, maar men kon er dagelijks ’s namiddags om 4 uur met de diligence heen en dan om 7 uur weer terug.
Wenste men naar Amsterdam te reizen, dan lukte het niet om er met de trein rechtstreeks te komen. De spoorweg stuitte bij Zaandam namelijk op het IJ, dat nog open was. Daar kon men wel gebruik maken van een boot, die zes maal per dag heen en weer voer naar de hoofdstad

Nog eerder - in 1860 - verschijnt de “Alkmaarsche Courant” (al de Tweeenzestigste Jaargang, zoals er trots boven staat). Hier komt een voor ons merkwaardig taalgebruik
naar voren. Er staat namelijk in een advertentie “Men is van meening, om -( bij voorbeeld ) - een verkooping te houden ”. De uitdrukking “men is van meening” was blijkbaar gebruikelijk, hoewel deze zegswijze voor ons vreemd is. Dit is trouwens ook het geval met enkele andere woorden. Is iets ordinair, dan verstaan wij daar- onder dat het minderwaardig, laag-bij-de-gronds is, maar vroeger betekende het gewoon gewoon En dan het woord aanvankelijk. In (al weer) een oud spoorboekje staat dat de trein aanvankelijk vertrekt om negen uur. Hiermee wordt bedoeld dat het vertrek om negen uur een aanvang neemt, terwijl wij er onder zouden verstaan dat dit eerst wel, maar later niet meer het geval was.
Genoemde Alkmaarsche Courant bevat geen berichten uit St Pancras, voorzover ik het kan bekijken. Maar er zijn natuurlijk de stedelijke winkels en bedrijven die zich bekend maken. Bewoners van ons dorp die een voetreis naar de stad maken (dat moest wel - geen fiets, geen auto, geen bus, geen trein) konden onder andere gebruik maken van de diensten van iemand die zich “beleefdelijk aanbeveelt tot het wasschen van kleederen en verder huishoudelijk goed, belovende eene nette behandeling en eene civiele bediening”. Adres Oudegracht, 3e huis van de Blaauwe Klok. Dan is er de aankondiging
van de verkoping van rommeling (?) en grove meubelen en eene fraaije collectie blaauw porcelein, enz., enz.,
Waarschijnlijk is dit reen soort van boelhuis.


De Klin 2007 blz. 73
Brandweer

De kat van Afie Groôt zat in de bome,
Was voor de hond van buurman op de vlucht.
En hong nou al een uur of wat te bubberen,
Zo'n acht of negen meter in de lucht.

Het ouwe mensie belde nei de brandweer
Die ok waarachtig effies later kwam,
Want koik, dut gointje beurde toen zo’n korpsie
Het met de koste nag zo nauw niet nam.

Afoin, de lange ladder ging nei boven,
De kirrels haalde het katje van de tak
En Afiebuur, met trane in de oge,
Tracteerde ze, op koffie en gebak.

De manne spronge toen weer in de wagen,
Ze zwaaide vriendelijk nei Afie Groôt,
En rede, zonder dat ze het zelf zage,
De kat, die voor de wiele zat, zo doôd.

Siem de Haan





hit counter